Roxane van Iperen: Ik zie wat ik geloof

April 2026 is de vijfentwintigste jaarlijkse maand van de filosofie. Elk jaar, voor het eerst in 2002, verschijnt er een essay in dit kader. Roxane van Iperen schreef dit jaar “Ik zie wat ik geloof”. Dat is zoals het tegenwoordig gaat, in tegenstelling tot het rationele “ik geloof wat ik zie”.


Het is een indringende verhandeling over de houdgreep waarin Big Tech en de techmiljardairs ons hebben. Die is ontstaan in de wereldwijde ontwikkeling van mens naar markt.

“Het was een volgende stap: de marktlogica betrok de geest en Big Tech kon er vervolgens zijn wingewest van maken. Niet om arbeid of grondstoffen te oogsten, maar onze tijd, aandacht en emoties. Hersenen werden het nieuwe goud.”

Door de ingebouwde verslavende werking van de algoritmes in de diverse sociale media op internet ontstond een geheel andere wereld.

“Een samenleving bevolkt door kleuters, overgeleverd aan primaire, emotionele reacties, niet langer gecureerd door enige ratio of reflectie.”

Het is de vraag of er nog sprake is van de soevereine mens, of zijn velen verworden tot marionetten van de Big Tech, in de houdgreep van de techmiljardairs?

“De vraag is allang niet meer of technologie ons leven helpt en vergemakkelijkt, maar wie er heerst over de voorwaarden waaronder wij denken, spreken, voelen en handelen.”

Big Tech bezit en exploiteert de infrastructuur van informatie zelf. Dat leidt tot een ongeremde beïnvloeding van het denken van de gebruiker, te vergelijken met complete hersenspoeling. De gigantische macht van het groepje techmiljardairs, onder wie Musk en Zuckerberg, maar ook relatief onbekende namen, is ontstaan en wordt in stand gehouden door vier belangrijke factoren: onvoorstelbaar grote vermogens, grenzeloze mogelijkheden, onthechting van de samenleving en onzichtbare onderdrukking. Een aantal techmiljardairs heeft inmiddels zelf zelfs een bizar aandoend vluchtplan naar Nieuw-Zeeland voor de situatie dat de aarde onleefbaar wordt!

Van Iperen zoekt de oplossing in het hernemen van onze menselijkheid. Dat klinkt mooi, doch mijns inziens is dat een utopische en vrijwel onhaalbare gedachte. Niet alleen door de grootschalige digitale verslaving én afhankelijkheid van internet, maar ook door het onbelemmerd voortwoekeren van verderfelijke sites als TikTok, barstensvol met fakenews en influencers die ten eigen bate de grootst mogelijke onzin voor waar verkopen. Het onderscheid maken tussen zin en onzin is voor tallozen, niet alleen jongeren, inmiddels niet meer weggelegd.

Roxane van Iperen opent in een mooi gestileerd en helder betoog de ogen van de lezer nóg verder op het gebied van het enorme gevaar van de digitale technologie en vooral het onbegrensde gebruik daarvan. De macht van de techmiljardairs doet het ergste vrezen voor de wellicht al nabije toekomst. De risicogebieden zijn immens, het begint bij de verslavende werking van de smartphone en het eindigt niet bij het  hacken van vertrouwelijke gegevens. Ook de afhankelijkheid van hele samenlevingen van de goede werking van digitale systemen is zeer gevaarlijk. Een simpel actueel voorbeeld is de lopende kwestie rond Solvinity.

“Ik zie wat ik geloof” is een uiterst waardevol boekje dat tot (verder) nadenken stemt.  

  

Reacties