Elbert Dijkgraaf: De trage vorm van een algoritme

 Elbert Dijkgraaf is hoogleraar in de Empirische economie van de publieke sector aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. Op 30 juni 2026 verscheen zijn debuutroman en techno-thriller “De trage vorm van een algoritme”. Het is een verhaal over een hoogst actueel thema: de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) in het algemeen en op de ontwikkeling van de wetenschap in universiteiten in het bijzonder. Kernthema is de vraag of AI op grote schaal bruikbaar is op de universiteit of juist zoveel mogelijk moet worden gemeden.


Als Chat GPT een nieuwe statistische analyse in luttele seconden blijkt te kunnen uitvoeren waar mensen een gigantisch veelvoud van die tijd nodig hebben om hetzelfde te bereiken, stelt de ik-persoon, hoogleraar, de vraag die de titel van het boek wordt.

“Ben ik nu de trage vorm van een algoritme?”

In de hooglerarenvergadering wordt er door collega’s laatdunkend gedaan over de mening van de verteller (hierna te noemen: V) over de toepasbaarheid van AI in de wetenschap. Intussen laat V een wetenschappelijk artikel schrijven door Chat GPT dat in enkele uren klaar is voor publicatie.

“Daar doe ik normaal zeker twee weken over. Bizar.”

V gaat in gesprek met decaan Youri die AI wil uitbannen op de universiteit. In haar rede op de eerstvolgende Dies Natalis spreekt rector-magnificus Joyce slechts in vage termen over AI. V biedt zich vervolgens aan als sparring-partner over het onderwerp bij Joyce.

“Dat lijkt me lastig als je wel leiding moet geven en je weet niet wat de stip op de horizon is.”  

V krijgt als geheime opdracht van Joyce de toepasbaarheid van AI te onderzoeken.

“Technologische vooruitgang moet je accepteren en leren gebruiken.”

“Universiteiten zijn ingericht op het absorberen van marginale veranderingen. En dit is razendsnelle disruptie.”

In het kader van zijn opdracht spreekt V hoogleraren en andere deskundigen in velerlei disciplines. Na een zeer brede oriĆ«ntatie begint hij met het uitbroeden van een plan waarin AI een rol gaat spelen in de universitaire omgeving. Alle redelijkerwijs denkbare aspecten krijgen daarin een plaats. Dan krijgt V te maken met bedreigende situaties te zijnen aanzien. Iemand lijkt het op hem gemunt te hebben. Hij installeert beveiligingscamera’s rond zijn huis, maar die worden gesaboteerd.

V besluit enige tijd naar Windhoek in Namibiƫ te gaan voor reflectie over en voltooiing van het plan over AI. Daar ontmoet hij de charmante Rosalie die langzaam maar zeker een sfeer van lichte romantiek oproept.

De gebeurtenissen worden steeds heftiger. V is vasthoudend in zijn mening over AI en dat wordt hem bepaaldelijk niet door iedereen in dank afgenomen. Hij moet zelfs naar een safehouse.

De verdere wederwaardigheden ontdekke de lezer zelf. De epiloog eindigt als volgt.

“Veel vragen dus en weinig antwoorden. Veel is ook onzeker. Maar voor mij is wel zeker dat er veel veranderingen komen en dat dat veel van ons vergt. Ik hoop dat dit boek stimuleert om daar met elkaar over na te denken zodat we meer meters maken in het zo snel mogelijk migreren naar een nieuw evenwicht.”

Elbert Dijkgraaf heeft met zijn boek middenin de roos van de actualiteit geschoten. Hij heeft een heldere schrijfstijl en is een goed verteller. Zijn woordgebruik is soepel en begrijpelijk. De structuur van het verhaal is ondanks het in toenemende mate heftige onderwerp aangenaam: ernst, wetenschap, gevaar, menselijke verhoudingen en (lichte) romantiek worden mooi verweven. De stammenstrijd op de universiteit en in de politiek over toepassing van AI is realistisch.

Ook al is de techno-thriller van Dijkgraaf op zijn minst deels fictie, vele gebeurtenissen in het boek zouden wel eens dichter bij non-fictie kunnen liggen dan menigeen denkt. Over de macht van de bigtech, de gevaren en onbeheersbaarheid van AI en de verregaande digitalisering zijn al vele pennen in beweging gekomen. Zie bijvoorbeeld “De machtscode” van Marietje Schaake, “Absolute democratie” van Ilja Leonard Pfeijffer, “Ik zal de wereld breken” van Lex Noteboom en “De AI-revolutie” van Maarten Sukel.

Op 13 september 2026 waren de doodenge waarschuwingen van enkele topmensen van AI-bedrijven (onder wie Sam Altman van Open AI en Dario Amodei van Anthropic, en ook de toponderzoekers Jacob Coxon en Evan Hubinger) groot nieuws. Directe aanleiding daarvoor was de hack van het AI-platform Hugging Face  door een grote groep AI-agents (programma’s). Men ging zelfs zo ver dat het voortbestaan van de mensheid op het spel staat als de ontwikkeling van AI in het huidige moordende tempo doorgaat. Gevreesd moet echter worden dat de wedloop tussen de VS en China op dit terrein onverminderd verder zal gaan.

Elbert Dijkgraaf heeft met “De trage vorm van een algoritme” een zeer goede thriller geschreven over een uiterst actueel onderwerp. Het boek verdient vier sterren.  

Reacties