Een typefout. Of toch niet?






Bij het lezen valt steeds weer op dat er niet vaak een taalkundig foutloos boek verschijnt. Ontbrekende woorden, spelfouten, grammaticale fouten, verkeerd woordgebruik, het is wonderbaarlijk genoeg aan de orde van de dag. En het is hinderlijk bij het lezen, al werkt de hersteltheorie wel matigend. 

Het zal de meeste lezers niet veel doen dat er een fout staat, als het verhaal en het zinsverband maar duidelijk zijn. Bij doorgetikte taalliefhebbers is dat vaak anders. Als ik fouten in een boek zie, schiet ik meteen van de leesmodus in de redactiemodus. Dat komt omdat ik het redigeren van een boek een mooie uitdaging vind en inmiddels een keer of zeven heb gedaan.

Die redactiemodus is bij het gewoon lezen van een boek lastig. Hij leidt de aandacht af van het verhaal. Enkele dagen geleden was er weer zo’n moment. In het schitterende en foutloze (!) boek dat ik aandachtig aan het lezen was, stond een woord dat me plotsklaps op scherp zette. Wat is dát nu?

Egotisme

Ach, toch nog een typefout? Die “t” zal wel een “i” met een trema moeten zijn. Maar het woord “egoïsme” paste niet echt in het zinsverband. Dan maar even de Van Dale gepakt. En wat blijkt: het woord “egotisme” bestaat gewoon. 
Het betekent: “neiging om een overdreven hoge dunk van zichzelf te hebben”



Een prachtig woord is het, met een voor een egotist (ja ja, dat woord bestaat dus ook) confronterende betekenis. Gelukkig bleef het bij dit ene moment, en kwam de leesmodus meteen weer bovendrijven.
En zo blijkt voor de zoveelste keer de grote rijkdom van onze taal. Op mijn 67e leer ik bij toeval weer een nieuw woord kennen. Dat gebeurt uiteraard wel vaker, maar zelden vanuit een veronderstelde typefout.

Overigens is het opmerkelijk genoeg inderdaad “typefout” en niet “typfout”. De logica achter die extra “e” is (mij) niet duidelijk. Je zou toch verwachten dat een typefout een fout in een type is, maar dat is kennelijk niet zo. Van Dale zegt daar althans niets over en blijft zaligmakend.

Reacties